Leren borduren


Alles wat met naald, draad en een ondergrond te maken heeft, valt onder borduren. Daarom kan je met deze veelzijdige handwerktechniek alle kanten uit. Hou je van kruissteken borduren? Dan kan je je hart ophalen aan de leukste patronen. Hou je van vrij borduren? Dan kan je je helemaal uitleven in elk denkbaar onderwerp.

Ontstaan van het borduren

Borduren is waarschijnlijk ontstaan uit het aan elkaar zetten van huiden en weefsels. Dit gebeurde puur uit praktische overwegingen. Zo ontstonden kledingstukken, tenten en andere gebruiksvoorwerpen. Op plaatsen die verstevigd moesten worden, werden extra steken gemaakt. Die steken waren zowel functioneel als decoratief. Tegenwoordig borduurt men vaak alleen ter versiering. Bijna alles kan versierd worden door middel van de verschillende borduurtechnieken. Het is dus handig om wat van die technieken te leren, want met die kennis vergroot je je uitdrukkingsmogelijkheden. Met verschillende materialen kan je aparte en persoonlijke effecten krijgen. Je kunt het zo gek niet bedenken, of het is mogelijk.

Aftelbare stof en niet aftelbare stof

Er is een onderscheid te maken tussen borduren op aftelbare stof en op niet aftelbare stof. Aftelbare stof is stof waarvan de draden gemakkelijk te tellen zijn. Meestal is die stof los geweven zodat de (stompe) naald gemakkelijk tussen de draden doorgestoken kan worden. De stof moet vierkant geweven zijn zodat er op 10 cm evenveel weefseldraden in de lengte als in de breedte zijn. Voor beginners is aida een fijne borduurstof. Deze stof is te krijgen in verschillende “counts”. Dit verwijst naar het aantal kruisjes in 1 cm. Hoe hoger de count, hoe fijner het borduurwerk. Er wordt geborduurd vanaf een teltekening. De teltekening staat meestal op ruitjespapier. Je begint altijd vanuit het midden te borduren. Je kunt zelf je eigen patroon tekenen en daarna borduren. Wie graag en veel borduurt kan ook gebruik maken van speciale software om borduurpatronen te ontwerpen. Borduren op niet aftelbare stof noemen we vrij borduren.

Borduurtechnieken

Er zijn verschillende borduurtechnieken die allemaal hun eigen uitstraling en sfeer hebben.

Doorrijgwerk

Doorrijgen doe je op aftelbare stof, die een beetje stevig is. Je werkt vanaf een telpatroon en je borduurt steeds 2 dezelfde rijen onder elkaar. Zorg dat je draad lang genoeg is zodat je niet ergens midden in het werk moet afhechten. Doorrijgen is niet moeilijk en er zijn leuke effecten mee te krijgen. De steek die je gebruikt is de rijgsteek. Naast het gekozen materiaal zorgen de lengte van de steek en de gebruikte kleuren voor het effect.

Platsteekborduurwerk

De steek die je gebruikt is de platte steek. Kenmerkend van de platte steek is dat de volgende steek net zo geborduurd wordt als de eerste. Je kunt ze borduren op zowel aftelbare als niet aftelbare stof. Op aftelbare stof krijg je strakke patronen en op niet aftelbare stof krijg je vloeiende patronen. Net wat je wilt.

Schaduwborduurwerk

Hiervoor heb je dunne, doorschijnende stoffen nodig. Je borduurt op de verkeerde kant van de stof met aaneengesloten flanelsteken en op de goede kant zie je het borduurwerk door de stof heen schijnen.

Witborduurwerk

Met wit garen werk je op een witte ondergrondstof. Om een mooi resultaat te krijgen is het belangrijk om de dikte van het garen aan te passen aan de stof. Probeer eerst verschillende steken uit door een proeflapje te maken. Bij witborduurwerk is de lichtval en dus de schaduwwerking heel belangrijk.

Tapisserie

Tapisserie is een heel oude borduurtechniek, maar kent ook moderne toepassingen. Bij tapisserie borduur je op stramien. Stramien is verkrijgbaar in verschillende maas grootten, van fijn tot heel grof. Het te kiezen borduurgaren moet precies in verhouding staan met de soort stramien. De hele lap stramien wordt bedekt met borduursteken. Als het werk af is, mag je niets meer van de stof zien. Je kunt verschillende soorten steken gebruiken. Alle steken maak je altijd in twee werkgangen. Dit houdt in dat je eerst de naald van onder naar boven door de stof steekt en helemaal doortrekt en vervolgens van boven naar beneden en ook weer helemaal doortrekt. Zo krijg je regelmatig borduurwerk. Tapisserie is een aftelbare borduurtechniek. Het is aan te raden om een borduurraam te gebruiken om te voorkomen dat het stramien door de warmte van je hand te zacht wordt en het borduurwerk scheef gaat trekken.

Stofveranderen

Als basismateriaal gebruiken we meestal een stof met ruitjes, stippels of andere regelmatige ingeweven patroontjes. De bedoeling is om door middel van borduursteken of opgenaaide lapjes of bandjes de stof te veranderen. Allerlei borduursteken zijn hierbij toe te passen.

Reliëftechnieken

Dit zijn de technieken die voor hoogteverschil zorgen. De meest bekende techniek is quilting. Tussen twee stoflagen komt een vulling en vervolgens ga je daarop borduren.

Leren borduren

Wil je ook leren borduren? Begin dan met een paar eenvoudige steken, zoals de rijgsteek, de stiksteek of de kruissteek. De meest voorkomende steken zijn:

  • rijgsteek
  • stiksteek
  • steelsteek
  • versprongen steelsteek
  • platsteek
  • schuine platsteek
  • flanelsteek
  • maassteek
  • festonsteek
  • frivolitésteek
  • dichte kettingsteek
  • staande dichte kettingsteek
  • schuine kettingsteek
  • open kettingsteek
  • kruisssteek
  • in de lengte- en in de breedte gerekte kruissteek
  • koninginnesteek

Boekentips

Link

Webwinkel met borduurpatronen
Borduurpatronen in kruissteek met liefde en aandacht gemaakt. Direct te downloaden.

Share on FacebookPin on PinterestTweet about this on TwitterShare on Google+