Rondjes haken en kleuren wisselen


Als je rondjes kunt haken, zijn er weer ontzettend veel nieuwe toepassingen mogelijk.
Ook rondjes haken is niet moeilijk.
Je kunt op twee manieren rondjes haken

Eerste manier

Haak een aantal lossen (meestal 5), steek de haaknaald in de eerste losse en haak dan een halve vaste zodat het rondje sluit. (Kijk hier voor de uitleg van de basishaaksteken losse, vaste en stokje).

Tweede manier

Als het rondje gesloten is, kan je op twee verschillende manieren verder haken.

In aparte toeren

Bij aparte toeren sluit je elke toer met een halve vaste. Je begint de volgende toer door het haken van lossen (zie eerste afbeelding).

In een spiraal

Bij het haken in een spiraal haak je steeds door. Dus zonder de toer te sluiten.

Haken in spiraal

Haken in een spiraal

Meerderen

Als het de bedoeling is dat het gehaakte rondje plat blijft, moet je op een zeker moment meerderen. Bij teveel meerderen gaat het haakwerk golven en bij te weinig meerderen gaat het bol staan.

Meerderen doe je midden in een toer. Je haakt willekeurig een extra stokje of vaste in dezelfde steek en controleert regelmatig of het rondje nog plat blijft liggen.

Kleuren wisselen

Een kleurrijk haakwerk ontstaat door kleuren te wisselen. Dit kan zowel binnen een toer of na een toer zijn. In beide gevallen ontstaat een mooie kleurovergang door altijd op het einde van een steek de laatste doorhaling met de nieuwe kleur te maken. Daarna het haakwerk gewoon keren en verder haken in de nieuwe kleur.

Bij het haken van verschillende kleuren in dezelfde toer, is het mogelijk om de kleur waar je niet mee haakt, mee te laten lopen in de steken.
Alleen als je veel verschillende kleuren binnen een toer gebruikt, kan je beter voor iedere kleur een apart bolletje gebruiken.